In nazorg-gesprekken na de scheiding merk ik vaak dat de kwaadheid om wat partners overkomen is, nog niet (helemaal) is verdwenen. De scheiding op zich heeft zijn plaats als onomkeerbaar feit maar onderhuids en onbewust roert nog één en ander. Het gaat dan om boosheid, frustratie en irritatie. Wat ligt daar aan de basis? En vooral, wat kan men daaraan doen?
Ik grijp hiervoor terug naar een interessant boek “Houd me vast” van Dr. Sue Johnson. Zij onderscheidt drie ruzie- of vechtmodellen:
1. Het vechten-vechten model; Bij dit model dragen beide partners bij aan de ruzie en dit zijn vaak korte heftige ruzies die kunnen ontaarden in geschreeuw en dreigementen. Deze ruzie dient vooral om de opgebouwde spanningen tussen de partners snel en doeltreffend te ontladen.
2. Het vechten-vluchten model; In dit model maakt meestal één van de partners ruzie, de ander kan niet meedoen of gaat weg. De ruzie roept veel angst en weerstand op bij de vluchtende partner. De partner bevriest als het ware en trekt zich terug om weer tot zichzelf te kunnen komen.
3. Het vluchten-vluchten model: Dit ruzie-model noemt men ook wel de stille oorlog. Beide partners negeren elkaar en ontlopen elkaar zoveel mogelijk om ruzie te voorkomen. Soms eindigt deze stille ruzie in een heftige vechten-vechten ruzie om de opgebouwde spanning te kunnen ontladen. Maar meestal groeien deze partners steeds verder uit elkaar en gaan uiteindelijk uit elkaar door het gebrek aan emotionele ontvankelijkheid en communicatie.
Het format van het ruzie-model ontstaat vaak al aan het begin van de relatie. Ongeacht het ruziemodel; onveiligheid t.o.v. de partner is vaak de oorzaak. Het gaat dus over veilige hechting. En dergelijke hechting kan maar ontstaan door zich emotioneel ontvankelijk en open op te stellen. Maar omwille van het feit dat men zich tijdens de relatie niet heeft veilig durven hechten, kunnen na scheiding ontmoetingen en gesprekken met de ex-partner snel escaleren, en blijft de boosheid en irritatie hangen.